Voorwaardelijke indexatie 2016

Het Bestuur van het Pensioenfonds heeft besloten om de ingegane pensioenen en de premievrije pensioenaanspraken die voorwaardelijk geïndexeerd worden, met ingang van 1 februari 2016 te verhogen met 0,1%. De stijging van het afgeleide prijsindexcijfer was 0,1% en met de verhoging van 0,1% is onze ambitie gerealiseerd.

Zoals in de nieuwsbrief van december 2015 is aangekondigd, is het jaarlijkse moment waarop de ingegane pensioenen en premievrije pensioenaanspraken mogelijk worden geïndexeerd van 1 juli naar 1 februari verschoven. Hierdoor worden de pensioenen van pensioengerechtigden en actieve deelnemers op hetzelfde moment aangepast. Voor pensioengerechtigden vindt de verwerking van indexatie plaats met de pensioenbetaling van maart, met terugwerkende kracht tot 1 februari 2016.

Geen inhaalindexatie

In lijn met het indexatiebeleid is in 2012 geen indexatie toegekend. De gemiste indexatie bedroeg 2,2%. Als de financiële middelen dat toestaan kan het Bestuur besluiten dat in het verleden niet toegekende of slechts gedeeltelijk niet toegekende indexaties (gedeeltelijk) worden ingehaald. In 2014 is de helft van de in 2012 niet toegekende indexatie (1,1%) alsnog toegekend.

In 2016 staat de financiële positie van het Pensioenfonds inhaalindexatie echter niet toe. Het Bestuur heeft daarom besloten per 1 februari 2016 geen inhaalindexatie toe te kennen. Er resteert nog 1,1% van de in 2012 niet toegekende indexatie. Deze indexatie kan nog tot 2022 worden ingehaald.

Pensioengerechtigden en gewezen deelnemers hebben inmiddels de indexatiebrief ontvangen. Daarin is alle informatie over de aanpassingen per 1 februari 2016 opgenomen.

U vindt alle voorwaardelijke indexaties over de afgelopen 10 jaar in het historisch overzicht in de brochure ‘Jaar in het kort’.